Gun jezelf een goed gesprek
Lya   Perfors | Gewoon bij jezelf thuis
Pas als je moed toont je weg te gaan, toont de weg zich aan jou
- Paulo Coelho
Home | Over goede gesprekken | Over mij | Columns | Kosten
06 27 32 45 71
VAN NATURE ZORGZAAM

'De aard van het beestje'
Karin, Monique en Suzanne zijn verpleegkundigen. Ze werken in het ziekenhuis,
de thuiszorg en de psychiatrie. Voor anderen zorgen doen ze graag. Het zorgen
zit hun zogezegd in het bloed. Ze beschikken over een aantal handige
eigenschappen waarmee ze zich prima kunnen richten op anderen.
Zo kunnen ze zich bijvoorbeeld makkelijk verplaatsen in anderen, komen
vriendelijk en rustig over, stellen zich bescheiden op en kunnen goed luisteren.
Kortom ze zijn van nature zorgend ingesteld.

Over hun grens
Nog niet zo lang geleden kwamen Karin, Monique en Suzanne bij mij in de
praktijk. Nou ja, in dit geval kwam ik bij hen thuis, want ik werk ambulant.
Ze kennen elkaar niet, maar hun verhalen vertonen opvallende overeenkomsten.
Ze lopen alle drie vast in hun werk. Ze zijn vaak moe en snel uit hun doen.
Ze staan met stress op en ze gaan met stress naar bed en daardoor vragen ze
zich af of ze het zo wel vol kunnen houden en hoe het toch allemaal verder
moet. Ze hopen maar dat anderen er niet te veel van merken. Op het werk
houden ze zich flink, maar zeggen ze er niet te veel over. Erover nadenken
doen ze des te meer. In hun hoofd wordt het drukker en drukker. Ze zoeken
naar verklaringen voor de vermoeidheid en de stress en komen onder andere
op het werk tal van oorzaken tegen. Soms praten ze d'r wel over met collega's.
Die lopen (gelukkig) regelmatig tegen dezelfde problemen aan. Dat lucht op,
want daarmee zijn ze niet de enigen. Dat geeft troost, maar meestal niet
voor lang.

Hoe dat ontstaat
Tijdens een werkoverleg maken ze wel eens een voorzichtige opmerking, toch
verandert er over het algemeen te weinig aan de situatie. De stress stapelt
gestaag verder tot het tenslotte niet verder meer kan en ze zich, onafhankelijk
van elkaar, bij mij melden. Ik vroeg hen of ze naast hun werk ook nog zorg
dragen voor anderen. Al snel bleek dat ze naast hun baan ook nog de zorg
hebben voor en over man, kinderen en bejaarde ouders, een altijd bereidwillig
luisterend oor zijn voor buren, familie en vrienden en dat ze dezen en genen
graag met raad en daad bijstaan. Maar, zo vertelden ze, voor dat alles hebben
ze steeds minder energie. Ze voelen zich vaker ongeduldig en reageren dan
kortaf. En dat nemen ze zichzelf dan weer kwalijk. Veel plezier beleven ze er
niet meer aan en hun prestaties gaan zowel op het werk als thuis achteruit.
Verder zoeken ze steeds meer bevestiging in hun omgeving om erachter te
komen of anderen het merken. Van complimenten van anderen krijgen ze
nieuwe energie en dan kunnen ze er weer even tegenaan. Dat sterkt dan wel
weer, maar meestal niet voor lang.

Ai... vergeten....
Op de vraag of ze net zo goed voor zichzelf zorgen als voor anderen zijn de
voorbeelden weliswaar per persoon verschillend, toch vertonen ze een duidelijk
herkenbare rode draad. Alle drie zijn ze zo gericht geraakt op anderen dat ze
grotendeels aan zichzelf voorbij gaan. Met alle gevolgen van dien. Zo overzien
ze als vanzelf verschillende oplossingen voor de problemen van hun patienten,
familie of vrienden en begeleiden hen soepel in het maken van een verantwoorde
keuze. Maar de keuzes die ze voor zichzelf moeten maken, die stellen ze uit.
Ook kunnen ze snel en moeiteloos de grenzen aanvoelen van patienten, man
of kroost, maar die van henzelf kunnen ze nauwelijks nog benoemen, laat staan
bewaken. En na de vraag wat heb je zelf nu eigenlijk nodig bleef het geruime tijd
stil. Alle drie cijferen ze zichzelf veelvuldig weg.
Alle drie zijn ze vergeten hoe ze voor zichzelf moeten zorgen.
Om zich goed te voelen hebben ze de waardering van hun omgeving steeds
harder nodig. Dat schept verwachtingen en het maakt hen afhankelijk.

Hoe dan wel?
Natuurlijker is het, om je vanuit je eigen kracht te richten op anderen. Je kunt
nou eenmaal pas goed voor anderen zorgen als je goed voor jezelf zorgt. De
natuur laat dit mooi zien. Zo verstopt een leeuwenmoeder haar welpen ergens in
een bosje onder struiken om op jacht te gaan. Als ze een prooi heeft weten te
bemachtigen eet ze eerst zelf tot ze genoeg heeft, wat er overblijft is voor de
kinderen. Dat lijkt misschien egoistisch, maar dat is het helemaal niet. Als de
leeuwenmoeder niet zorgt dat ze zelf gezond en sterk blijft, raakt ze haar
kracht kwijt en kan ze niet voldoende snelheid maken om uberhaupt iets
te vangen. We hebben niet veel fantasie nodig om te overzien hoe het dan
met dit leeuwengezin verder gaat ...



Wil je deze column gebruiken?
Dat is prima als je daarbij de volgende link vermeldt:
Columns van Lya Perfors Moderne Psychotherapie

Wil je reageren? Dat kan ook:
lya@therapieplan.nl


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
In een ontspannen sfeer